Wat is beelddenken?

Beelddenken is een manier van denken in beelden en gebeurtenissen.

De meeste mensen denken dat iedereen op dezelfde manier denkt, maar dit berust op een misverstand. Hoe denk jezelf? Denk je in woorden of in beelden? We nemen de proef op de som:

Doe je ogen eens dicht en stel je het woord ZON eens voor. Wat zie je in gedachten? Je kunt dan in gedachten een zon voor je zien met stralen die jou lekker verwarmen. Deze denkstijl wordt beelddenken genoemd. 

De meeste mensen zien echter de letters Z-O-N voor zich.
Deze manier van denken wordt taaldenken of begripsdenken genoemd. Dit betekent dat iemand voornamelijk in woorden en zinnen denkt.

Wetenschap

In de wetenschap noemen we beelddenken de visueel-ruimtelijke leerstijl. Internationaal worden termen gebruikt als: ‘visualspational memory’, visuospatial thinking’ en ‘visuospatial learning’. Taaldenken wordt in de wetenschap de verbale cognitieve leerstijl genoemd.

Geboorte

Bij de geboorte is ieder mens voor 100% een beelddenker. Een baby kent woorden en zinnen nog niet. Hij ziet alleen maar beelden. Later in de ontwikkeling leren kinderen praten en worden klanken gekoppeld aan beelden.


School

Als een kind naar school gaat, dan leert het in het huidige onderwijssysteem opeens dat het woord ‘zon’ niet de zon is die je in gedachten voor je ziet, maar dat de zon bestaat uit losse letters met eenbepaalde vorm en een bepaalde volgorde:
z-o-n.

Voor kinderen die een voorkeur hebben ontwikkeld voor taaldenken is dit geen enkel probleem, maar er zijn ook kinderen die een voorkeur blijven houden voor het beelddenken. Zij krijgen vaak wél problemen op school met spellen, lezen en rekenen. Meestal komen die problemen zowel voor de leerkrachten als voor de ouders totaal onverwachts. Beelddenkers zijn in de kleutergroepen juist vaak kinderen die het heel goed lijken te doen op school.

De meeste kinderen leren in de loop van de jaren de taal te gebruiken als denk-en communicatiemiddel, maar bij beelddenkers is dat niet zo. Zij blijven eenvoorkeur hebben voor het denken in beelden. En hoewel iedereen in principe in beelden kan denken, maar er is een wezenlijk verschil tussen beeld-denken en beeld-vormen.


Beelddenken en beeldvormen

Veel mensen denken dat beeld-denken en beeld-vormen hetzelfde is, maar dat is niet zo. Beelddenken is een leerstijl, een manier van léren. Een beelddenker dénkt echt in beelden, in 3D-beelden. Om te kunnen vertellen wat hij denkt, moet hij eerst zijn beelden omzetten in taal. Dat omzetten naar taal gebeurt dus áchteraf en het kost de beelddenker veel tijd en energie.

Een taaldenker denkt echt in woorden en hij vórmt daarbij een beeld. Hij maakt een plaatje als een gedachtesteuntje om er later over te kunnen vertellen. Een taaldenker heeft dus géén tijd nodig om beelden om te zetten naar taal. Hij denkt al in taal.

Beelddenker of taaldenker?

Vanaf ongeveer het vierde jaar gaat een kind een voorkeursdenken ontwikkelen: taaldenken of beelddenken. Vanaf een jaar of tien is dit proces voltooid. Dit betekent dat een beelddenkend kind later ook een beelddenkende puber en een beelddenkende volwassene zal zijn. Een echte beelddenker zal altijd voor meer dan 60% in beelden denken. Een taaldenker voor minder dan 40%.


Wetenschappelijk onderzoek

Uit eerder onderzoek was al gebleken dat beelddenken erfelijk is, maar dit was tot nu toe nog niet wetenschappelijk is bewezen. Op dit moment zijn de resultaten bekend van het onderzoek naar beelddenken dat de Universiteit van Utrecht in 2017 heeft gedaan. Uit die resultaten blijkt dat beelddenken inderdaad erfelijk is.

Wil je meer hierover meer weten?
Lees mijn blog “Beelddenken: praktijk versus wetenschappelijk onderzoek”. Hierin vind je de link naar het volledige onderzoeksverslag. https://www.eigenwijsleren.nl/beelddenken-praktijk-versus-wetenschap/

Zijn het leerproblemen of problemen met leren?

Zowel beelddenkers als taaldenkers kunnen leerproblemen op school hebben, maar vaak hebben beelddenkers totaal onverwachte leerproblemen. Dit heeft vooral te maken met het huidige onderwijssysteem. Dat is vooral talig ingesteld. Beelddenkers moeten zichzelf maar leren redden in die ‘talige’ omgeving en dit gaat niet altijd probleemloos. 

Een uitspraak over beelddenkers die je vaak hoort : “Het zit er wel in, maar het komt er niet uit”. 

Welke problemen hebben beelddenkers vaak?

Veel woorden nodig

Om een beeld te beschrijven heb je heel veel woorden nodig. Beelddenken gaat veel sneller dan taaldenken. Taaldenkers kunnen 2 tot 3 woorden per seconde ‘denken’, beelddenkers zien 32 beelden per seconde. Deze beelden moeten dan allemaal worden omgezet in taal.

Tijd en volgorde

Beelddenkers hebben vaak moeite met het verwerken van tijd en volgorde. Op school ligt de nadruk vaak juist voor het grootste gedeelte op het verwerken van informatie naar tijd en volgorde, zoals bij spelling, lezen en rekenen.

Chaos in het hoofd

Beelddenken verwerken allerlei informatie van nature gelijktijdig. Het is daarom nog wel eens een chaos in het hoofd van een beelddenker. Als een beelddenker een verhaal vertelt, is er vaak geen touw aan vast te knopen. Beelden komen namelijk niet netjes op volgorde binnen!

Snel afgeleid

Beelddenkers zien allerlei situaties en gebeurtenissen voor zich. De ogen zijn voor hen het belangrijkste zintuig. Ze zijn hierdoor ook vaak snel afgeleid. Als ze een geluid horen, dan moeten ze ´zien´ waar het vandaan komt!

Eigen taalgebruik

De belevenis staat bij beelddenkers voorop. Woorden waarbij ze geen beeld hebben, zullen ze dan ook vaak niet begrijpen. Aan klanken die ze wel begrepen hebben, voegen de belevenis die ze erbij hebben toe. Op deze manier ontstaat er vaak een ‘eigen’ taalgebruik. Beelddenkende families kunnen zo een geheel eigen woordenschat hebben, die door andere mensen niet wordt begrepen.

Denken in overeenkomsten

Beelddenkers denken niet in verschillen, zoals taaldenkers, maar in overeenkomsten. Ze voegen nieuwe informatie toe aan de beelden die ze al in hun hoofd hebben. Die beelden worden daardoor steeds groter én …chaotischer. Er zit geen echte structuur in. Nieuwe kennis lijkt daardoor soms ‘niet aan te komen’.

Antwoord niet kunnen uitleggen

Het denken in beelden gaat snel. Het antwoord op een vraag is er vaak ineens, als in een flits. Omdat het zo snel gaat, is de een beelddenker vaak niet in staat om zijn antwoord uit te leggen. Dat is in de klas erg lastig: de leerkracht/docent rekent het antwoord pas goed, als je kunt uitleggen hoe je er aan gekomen bent.

Omdat de denksprongen van een beelddenker vrij groot zijn, weet hij vaak niet meer hoe hij op een antwoord is gekomen. In veel schoolsituaties wordt het antwoord dan gewoon fout gerekend of in het gunstigste geval krijgt hij een aantal punten aftrek.  

Eigen werkelijkheid

Beeldenkers kunnen door hun manier van denken gedesoriënteerd raken: ze zien niet waarnaar ze kijken, maar ze zien wat ze dénken. Hierdoor denken ze vaak dat wat zich in hun hoofd afspeelt ook de werkelijkheid is.  

Kenmerken beelddenker

In het algemeen komen onderstaande kenmerken bij beelddenkers vaak voor. Je hoeft niet álle kenmerken te hebben om een beelddenker te zijn. 

Een beelddenker:

  • heeft een lager dan gemiddeld werktempo: hij moet immers elk woord naar een beeld vertalen en elk beeld weer naar een woord.
  • heeft moeite zich aan regels te houden.
  • heeft moeite met het vinden van juiste woorden:
  • hij vervalt daarom vaak in het gebruik van woorden als: dinges, ‘jeweetwel’ of die/dat.
  • vertelt voor anderen vaak op een onbegrijpelijke manier:
  • hij heeft vaak een verhaal zonder begin en einde.
  • komt vaak kinderlijk over. 
  • heeft moeite met volgorde van tijd. 
  • kan links en rechts moeilijk onderscheiden.
  • heeft wisselende schoolprestaties:
  • vertoont op bepaalde momenten inzicht en op andere momenten juist weer niet.
  • heeft moeite met het zich eigen maken van taken. Hij moet ze eerst begrijpen.
  • verliest snel zijn aandacht bij het luisteren. 
  • is snel vermoeid, omdat zijn eigen wereld erg verschilt van de realiteit.
  • heeft moeite met het onthouden van abstracte woorden, zoals namen.
  • heeft een fotografisch geheugen.
  • neemt intuïtief beslissingen.
  • is vaak heel creatief.
  • heeft een goed ruimtelijk inzicht.
  • vindt het onderscheiden van hoofd- en bijzaken moeilijk.
  • heeft problemen met het opvolgen van instructies. 
  • neemt de informatie die hij leest of hoort vaak letterlijk.
  • heeft vaak een zwakke concentratie.
  • kan problemen niet goed analyseren.

Onderzoek

Een manier om er, op een niet-talige manier, achter te komen of je kind beelddenker is, is via het Wereldspelonderzoek.

In het filmpje hieronder krijg je een goede indruk hoe dat in zijn werk gaat.

Meer weten?


Wil je meer weten over beelddenken
en over de manier waarop beelddenkers informatie het beste kunnen verwerken, leren en onthouden? Op mijn website vind je hierover artikelen met daarin veel informatie, voorbeelden en filmpjes.   

https://www.eigenwijsleren.nl/blog/

Herken je dit?

  • Heb je een zoon/dochter in de leeftijd van 7-15 jaar?
  • Heb je het idee dat er bij hem/haar meer inzit dan eruit komt?
  • Heb je een (puber)kind dat al faalangst heeft ontwikkeld, omdat het maar niet lukt om te leren spellen, lezen, rekenen of om woordjes ‘erin te stampen’?  
  • Wil je niet blijven afwachten totdat het allemaal ‘vanzelf’ wel weer goed komt? 

Volgende stap

  • Wil je zeker weten of beelddenken de oorzaak zou kunnen zijn van de tegenvallende schoolprestaties van je zoon/dochter? 
  • Wil je verdere leerachterstand en frustratie bij je (puber)kind voorkomen? 
  • Wil je graag weten hoe je thuis met hem/haar kunt oefenen op een manier die wél resultaat heeft?   


Neem contact met me op via 06 – 49 89 42 71 of stuur een mailtje naar brigitte@eigenwijsleren.nl

Of neem een kijkje bij Beelddenkonderzoek