Zintuiglijk denken en begripsdenken: een wereld van verschil!

Zintuiglijk denken en begripsdenken: een wereld van verschil!

Brigitte Lebbink-Burmanjer

Beelddenken
Zintuiglijk denken

Zintuiglijk denken of begripsdenken: een wereld van verschil

Beelddenken is een vorm van zintuiglijk denken waar iedereen mee wordt geboren. De meeste mensen denken dat iedereen op dezelfde manier denkt en leert, maar dit berust op een wijdverbreid misverstand. Er is een enorm verschil tussen zintuiglijk denken en begripsdenken. Bij het zintuiglijk denken spelen ‘zien’ en ‘fantasie’ een grote rol. Het ‘zien’ heeft echter een hele brede betekenis. Het betekent niet alleen kijken met je ogen, maar ook voelen, ruiken en horen. Een beelddenker verwerkt en leert informatie dus het beste met inzet van álle zintuigen.

Hoe denk jij? 

Hoe denk jij? Denk je met je zintuigen of denk je meer in woorden en begrippen? We nemen de proef op de som. Doe je ogen eens dicht en stel je het woord BOOM eens voor. Wat zie je?  Zie jij  in een gedachte een boom met prachtige gekleurde bladeren? Voel je ook de energie van de boom? Voel je ook hoe de energie van de boom jouw energie beïnvloedt? Dan ben je absoluut een zintuiglijk denker: een beelddenker.

De meeste mensen zien echter in gedachten de letters B-O-O-M voor zich. Deze manier van denken noem je begripsdenken of taaldenken. 

Begripsdenken of taaldenken

Taaldenken is een manier van verbaal denken. Dit betekent dat iemand voornamelijk denkt in taal, in woorden en in zinnen. Begripsdenkers kunnen ook een beeld maken, maar de beelden die zij zien zijn alleen een ondersteuning van wat zij denken. Zij vórmen zich beelden bij hun gedachten, maar zij dénken niet in beelden! Dit maakt een enorm verschil.

Bij de geboorte is ieder mens voor 100% een beelddenker. Een baby kent woorden en zinnen nog niet. Hij ziet alleen maar beelden. Gaandeweg de ontwikkeling leren kinderen praten en worden klanken gekoppeld aan beelden. De boom die het kind ziet, worden gekoppeld aan de klanken b-oo-m. Het kind leert wat er wordt bedoeld bij het uitspreken van woorden en zinnen. Zo gaat het klanken koppelen aan beelden. Al snel roept een bekende klank (jas) een bepaald beeld op (weggaan).

zintuiglijk denken of begripsdenken
plaatje van boom of b-oo-m?

Hoe leert een kind een taal?

Kinderen leren een taal doordat zij op een bepaald moment in staat zijn om het woord dat bij een voorwerp hoort (jas) te koppelen aan het beeld wat zij ervan hebben.  Pas als een kind snapt welk woord er bij een bepaald beeld hoort, dan snappen ze ook echt wat er wordt gezegd. Alle kinderen leren dus vanuit beelden de betekenis van de woorden in een taal. Kinderen die aanleg hebben voor een taal, leren praten door de klanken die zij horen van ouders of andere gezinsleden na te doen. Wat zij leren vertellen komt overeen met hoe hun omgeving vertelt, opvolgorde van tijd. Hiermee komt het taal-denkproces op gang.

Als de omgeving niet met het kind zou praten en het dus geen klanken zou opvangen, dan blijft het zintuiglijk denken, dus het blijft in beelden denken. Het kind gaat niet ‘vanzelf’ praten. Zo zijn er in de wetenschap enkele honderden gevallen bekend van kinderen die in volledig isolement zijn opgegroeid. Deze kinderen staan bekend als ‘wolfskinderen’ of ‘apenkinderen’. Deze kinderen zijn opgegroeid tussen dieren en hebben daardoor geen kennis van taal noch van menselijk gedrag. Als ze al een ‘taal’ spreken, dan is deze onbegrijpelijk voor andere mensen.

Taal-denkproces

Als het taal-denkproces van een kind goed verloopt, dan zal het non-verbale denken ( denken in beelden) dus steeds verder overgaan in verbaal denken ( denken in woorden en begrippen), maar niet bij iedereen verloopt dit proces even goed. Er zijn kinderen bij die een voorkeur blijven houden voor het zintuiglijk denken, het beelddenken. Een beelddenker zal altijd voor 60% of meer in beelden denken. Een taaldenker denkt voor minder dan 40% in beelden. Een grote groep mensen zit er tussenin.

Begripsdenken als standaard

Het begripsdenken of het taaldenken wordt in onze maatschappij als ‘standaard’ gezien. In onze maatschappij lost het merendeel van de mensen hun problemen op met een analytische vorm van denken: een vorm van denken waarbij taal niet kan ontbreken. Een beelddenker lost zijn problemen echter op zonder taal en structuur.  In een panieksituatie waarin onmiddellijk moet worden gehandeld, grijpen ook begripsdenkers weer terug op hun oorspronkelijke manier van denken. Stel een klein kind dreigt een kop het koffie of thee over zich heen te krijgen. Dan zal iedere volwassene in één oogopslag de situatie kunnen overzien en direct handelen. Je trekt het kind weg en je gaat dit niet tegen het kind zéggen!  In dit soort situaties maakt iedereen dus weer gebruik van een non-verbale manier van denken.

Begripsdenker en zijn talige omgeving

Begripsdenken is op school en op de werkvloer vaak de standaard manier van denken. Hierdoor is het voor veel beelddenkers, jong en ouder, lastig om in hun voornamelijk talige omgevingen goed te functioneren. Jonge beelddenkers hebben op school vaak problemen met het leren lezen, spellen en zijn meestal ook snel afgeleid.

Ook hebben beelddenkers vaak een geheel eigen taalgebruik. Groeit het beelddenkende kind op in een familie van beelddenkers, dan kan er een geheel eigen woordenschat worden  opgebouwd die alleen binnen deze familie wordt begrepen. Dit heeft tot gevolg dat het  kind op school meestal ook niet goed wordt begrepen door de leerkracht. Daarnaast heeft een beelddenkend kind vaak een vrij kleine woordenschat, want het denken gebeurt immers in beelden! Een (te) kleine woordenschat geeft echter op school ook weer problemen, bijvoorbeeld bij het begrijpend lezen.

Pubers

Als beelddenkers in de puberteit komen en naar de middelbare school gaan, dan komen ze in een leeftijdsfase waarin het beelddenken een extra accent kan krijgen. In deze fase komen dan vaak de leerproblemen weer extra naar voren. Pubers hebben in het algemeen problemen met het plannen, organiseren en leren van hun huiswerk, maar bij beelddenkende pubers worden de puberale problemen vaak nog uitvergroot. Na het 3e of 4e leerjaar, als een jongere een bepaalde leerrichting kan kiezen, gaat het meestal weer beter. De aangeboden vakken liggen de beelddenkende puber beter en er wordt in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs meer geleerd vanuit ‘inzicht’. Een manier van leren die van nature uitstekend past bij een beelddenker.

Concentratieproblemen
Pubers en concentratie

Aandachtspunten

Op de middelbare school zullen de nadelige gevolgen van het beelddenken dus gaandeweg verminderen. Er blijft echter wel een aantal aandachtspunten:

  1. Opdrachten die de docent geeft, begrijpt de beelddenker niet altijd goed of de opdracht bestaat uit te veel stappen, waardoor hij/zij één of meerdere stappen gewoon vergeet.
  2. Concentratieproblemen, je kunt je hierbij wel afvragen of dit alleen aan de puber ligt of ook aan zijn omgeving.
  3. Oriëntatiefouten bij het schrijven/typen van taalwerk, zoals verwisselen v-f, g-ch, s-z en ei-ij. Dit komt dus niet alleen voor bij dyslectici!
  4. Faalangst
  5. Extra gevoelig voor sfeer en contact met docenten/begeleiders.

Kracht van beelddenken

Bij het beelddenken ligt vaak het accent op de negatieve invloed die het kan hebben op het leren en op de taak- en werkhouding. Beelddenkers hebben echter ook heel veel talenten. Het is belangrijk dat de beelddenker en zijn omgeving zich hier ook van bewust worden. Beelddenkers twijfelen al zo vaak aan zichzelf, terwijl er ook veel positieve kanten zijn aan het beelddenken.

  1. Beelddenkers zijn vaak slim en kunnen onverwachte oplossingen hebben voor een probleem die niemand anders ziet.
  2. Beelddenkers zijn vaak heel creatief.
  3. Beelddenkers voelen de mensen in hun omgeving heel goed aan. Ze zijn sociaal en hebben een vaak een groot inlevingsvermogen.
  4. Beelddenkers hebben vaak een hele brede belangstelling voor de wereld om hen heen.
  5. Beelddenkers zien als geen ander het geheel, waardoor ze ware kampioenen kunnen zijn in het organiseren en regelen van zaken.

Onze maatschappij heeft beelddenkers nodig!

De maatschappij heeft beelddenkers nodig. Wanneer  de talenten van de beelddenker optimaal worden gebruikt, dan kan hij/zij van grote meerwaarde zijn in zijn/haar (werk)omgeving. Beelddenkers zullen vaak zelf al kiezen voor een beroep, waarin hun sterke kanten naar voren komen. Veel beelddenkers kiezen voor een creatief beroep: architect, kunstenaar, docent (!), schrijver, aannemer. Zij zijn als geen ander in staat om driedimensionaal te denken. Ze kunnen ook goed ‘out-of-the-box’ denken en zijn daarnaast prima in staat om taken gelijktijdig te doen. De beelddenker is een multitasker bij uitstek! Met andere woorden: onze maatschappij zit te springen om beelddenkers.

In mijn artikel “Beelddenken: het leven snakt ernaar!”, kun je hier meer over lezen.

https://www.eigenwijsleren.nl/beelddenken-het-leven-snakt-ernaar/

Misschien iets over na te denken als we beelddenkers steeds weer laten proberen om zich aan te passen aan een talige omgeving? 


Bron: dit artikel is deels gebaseerd op het boek Beelddenken, visueel leren en werken van Marion van de Coolwijk, o.a. verkrijgbaar bij Bol.com


Mijn vraag aan jou?

 Herken jij jezelf of je kind in dit artikel en heb je een vraag aan mij? Stel hem dan alsjeblieft hieronder in het reactieveld. 

Loved this? Spread the word


Gerelateerde Artikelen

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
huiswerktips ebook

10 Gratis Huiswerksurvivaltips voor Beelddenkkids

Ontvangt regelmatig gratis tips voor minder huiswerkstress én het ebook met 10 huiswerksurvivaltips voor beelddenkkids VO.

>

10 Huiswerksurvivaltips voor Beelddenk Kids in het Voorgezet Onderwijs

10 huiswerksurvivaltips voor beelddenk kids